Kadavar
Kadavar komt uit Berlijn en bestaat rond de kern van gitarist en zanger Christoph Lindemann. Vanaf het begin viel de groep op doordat ze niet probeerden modern te klinken. Kadavar leek juist een deur naar het verleden open te zetten. Hun muziek ademt de sfeer van de vroege jaren zeventig. Namen als Black Sabbath, Led Zeppelin, Blue Cheer en Hawkwind worden vaak genoemd wanneer mensen hun geluid proberen te omschrijven.
Wat mij altijd opvalt aan Kadavar is dat de band nooit klinkt alsof ze simpelweg oude muziek kopiëren. Natuurlijk hoor je de invloeden duidelijk terug. De zware gitaarpartijen, de rollende drums en de warme, soms wat stoffige productie doen denken aan een andere tijd. Toch zit er genoeg eigen karakter in hun muziek om interessant te blijven. Het voelt meer alsof de groep dezelfde taal spreekt als hun muzikale helden, maar er vervolgens een eigen verhaal mee vertelt.
Hun naamloze debuutalbum uit 2012 maakte direct indruk binnen de wereld van stonerrock, hardrock en psychedelische rock. De plaat klonk rauw en energiek. Alsof drie muzikanten samen een oefenruimte binnenliepen, de versterkers open draaiden en begonnen te spelen zonder zich druk te maken over trends of verwachtingen. Dat spontane gevoel is iets wat veel fans nog steeds aanspreekt.
Met opvolger Abra Kadavar groeide hun bekendheid verder. De nummers werden iets toegankelijker zonder dat de groep haar identiteit verloor. De combinatie van zware riffs en melodieuze passages werkte goed. Het was een album dat zowel liefhebbers van klassieke hardrock als jongere luisteraars wist aan te spreken.
Daarna bleef de band zich verder ontwikkelen. Sommige fans willen het liefst dat een groep altijd hetzelfde blijft doen, maar Kadavar koos regelmatig voor nieuwe richtingen. Op latere albums werden de psychedelische invloeden groter en verschenen er meer experimenten in het geluid. Soms leverde dat enthousiaste reacties op, soms waren luisteraars juist verrast omdat de band niet meer precies klonk zoals op de eerste platen.
Dat hoort misschien ook wel bij rockmuziek. De groepen die het langst interessant blijven, zijn vaak de bands die af en toe een risico durven nemen. Kadavar lijkt die gedachte te omarmen. Ze hebben duidelijk liefde voor het verleden, maar willen er niet volledig in blijven wonen.
Live heeft Kadavar bovendien een sterke reputatie opgebouwd. Wie beelden van concerten ziet, merkt al snel dat de band veel waarde hecht aan sfeer. Lange haren, rookmachines, vintage apparatuur en een geluid dat de zaal vult zonder overdreven technisch te worden. Het draait vooral om energie en beleving. Alsof het publiek samen met de band even terugreist naar een tijd waarin rockconcerten nog iets onvoorspelbaars hadden.
Een ander opvallend punt is dat Kadavar nooit uitsluitend populair werd in Duitsland. Hun albums vonden ook hun weg naar luisteraars in andere Europese landen, Noord-Amerika en daarbuiten. Dat laat zien hoe universeel hun muziek eigenlijk is. Goede riffs hebben blijkbaar geen vertaling nodig.
Wanneer ik aan Kadavar denk, zie ik een groep muzikanten die duidelijk plezier heeft in wat ze doet. Ze lijken niet voortdurend bezig met hitlijsten of modieuze stromingen. In plaats daarvan volgen ze hun eigen pad. Soms recht vooruit, soms via een onverwachte omweg, maar altijd met veel liefde voor muziekgeschiedenis.
Misschien is dat uiteindelijk de kracht van Kadavar. De band laat horen dat oude ideeën nog steeds fris kunnen klinken wanneer ze met overtuiging worden gebracht. Hun muziek voelt vertrouwd en nieuw tegelijk. Alsof je een oude platenzaak binnenloopt, een onbekende lp uit de kast trekt en ontdekt dat er nog steeds verrassingen bestaan.
Voor mij is Kadavar daarom meer dan alleen een retroband. Het is een groep die laat zien dat inspiratie uit het verleden niet hoeft te betekenen dat je vastzit in het verleden. En juist daardoor blijft de muziek, ondanks alle verwijzingen naar vroeger, opvallend levendig klinken.