Antipole - Northern Flux (11-12-2017)
Van Antipole verscheen in 2017 dit debuutalbum op het Franse label Unknown Pleasures Records. Karl Morten Dahl begon het project vanuit zijn liefde voor de wave en postpunk uit de vroege jaren tachtig. Op Northern Flux werkt hij samen met Paris Alexander en Eirene, die met hun zang een belangrijke bijdrage leveren aan het geluid. De muziek heeft duidelijke raakvlakken met de donkere kant van The Cure en Joy Division, maar Antipole probeert daar geen exacte kopie van te maken. De nadruk ligt op melodieuze gitaren, herhalende ritmes en een sfeer die ergens tussen verlangen en weemoed blijft hangen.
Wat mij bij het luisteren vooral opvalt, is de manier waarop de gitaar steeds opnieuw de aandacht trekt. De klanken zijn vaak helder, maar door de galm krijgen ze iets afstandelijks. Alsof ik naar muziek luister die vanuit een andere kamer komt, terwijl ik de deur net niet helemaal open heb gedaan. De bas houdt de nummers stevig bij elkaar en de ritmes zorgen ervoor dat de muziek blijft bewegen. Toch heeft Antipole geen haast. De nummers mogen rustig hun gang gaan.
Dat bevalt me wel. Ik hoef niet bij ieder nummer een grote verandering te horen. Een goede melodie die zich langzaam in mijn hoofd nestelt, kan soms meer doen dan een hele reeks verrassingen. Natuurlijk bestaat het gevaar dat veertien nummers met vergelijkbare ritmes en gitaarpartijen na verloop van tijd op elkaar gaan lijken. Dat gebeurt hier af en toe ook. Maar ik vind dat geen reden om het album terzijde te schuiven. Juist de herkenbare aanpak geeft de plaat een eigen karakter.
Het album opent met October Novel, een nummer dat voor mij meteen duidelijk maakt waar Antipole voor staat. De melodie is aantrekkelijk, de gitaren klinken ruimtelijk en de zang blijft mooi in dienst van de muziek. Ik geef het een 7. Het is vooral een goede kennismaking met het geluid dat op de rest van de plaat verder wordt uitgewerkt.
Met Shadow Lover kom ik vervolgens beter in de stemming. De bas geeft het nummer een prettige dreiging, terwijl de gitaar er een melodieuze draai aan geeft. Het klinkt donker, maar niet zwaar op de maag. Dat is precies de combinatie die ik graag hoor bij dit soort muziek (8)
Dans l'entrée krijgt van mij weer een 7. De titel klinkt Frans en de muziek heeft iets dromerigs, met elektronische accenten die voor wat afwisseling zorgen. Daarna brengt Summer Never Ends een melodie die ondanks de melancholische ondertoon iets lichts behoudt.
Bij Reflected in You valt de rustige aanpak opnieuw op. Het nummer probeert niet groter te klinken dan het is en dat werkt in zijn voordeel. Magnolia Skies sluit daar mooi op aan. De zang en de gitaren vullen elkaar goed aan en geven het nummer een aangename, enigszins weemoedige kleur.
Met All Alone volgt het derde nummer dat ik een 7 geef. De titel doet vermoeden dat het hier vooral om eenzaamheid draait, maar muzikaal blijft het nummer voldoende in beweging. De elektronische accenten geven het extra kleur. Het is een aardige track die binnen het geheel goed op zijn plaats valt.
Daarna neemt Le Châtelet het over. Ik vind dit een van de prettigste momenten van het album. De gitaarlijnen blijven hangen en de muziek heeft iets vanzelfsprekends. Het nummer lijkt nergens moeite voor te doen, maar juist daardoor werkt het zo goed. Someday 45 zet die lijn voort en houdt de plaat lekker op gang.
Het langste nummer is Narcissus, dat ruim acht minuten duurt. Bij zo'n speelduur kan ik me voorstellen dat sommige luisteraars ongeduldig worden. Zelf vind ik het juist leuk wanneer een band de tijd neemt om een idee verder uit te werken. Het ritme blijft terugkomen, de gitaar blijft rondzingen en de elektronische klanken geven het geheel langzaam meer diepte. Het is geen nummer dat voortdurend om aandacht vraagt, maar het beloont me wanneer ik de tijd neem om te luisteren.
Distant Fall houdt de sfeer vast. Ik hoor opnieuw die combinatie van rustige voortgang en donkere melodieën die Antipole zo herkenbaar maakt. Bij Closer, met de zang van Eirene, krijgt het album een iets andere kleur. Haar stem past goed bij de muziek en zorgt voor een aangename afwisseling. Het nummer voelt minder afstandelijk, zonder dat de typische sfeer van de plaat verloren gaat.
Dan komt Please Let Me Sleep, het vierde nummer dat ik een 7 geef. De titel past uitstekend bij de muziek, die een rustige, wat vermoeide indruk maakt. Ik vind het een passend onderdeel van het album, al raakt het me iets minder dan de sterkste nummers.
Als afsluiter kiest Antipole voor Insight, een cover van Joy Division. Dat is geen toevallige keuze. De invloed van die band is op Northern Flux duidelijk aanwezig, zowel in de ritmes als in de manier waarop de muziek een zekere spanning vasthoudt. Ik vind het mooi dat Dahl deze verwantschap niet probeert te verbergen. Met deze uitvoering sluit hij het album af op een manier die goed bij de rest past. Het is bovendien een nummer dat laat horen waar een deel van zijn muzikale belangstelling vandaan komt.
Als ik mijn cijfers bekijk, valt op dat ik behoorlijk tevreden ben over Northern Flux. Alleen October Novel, Dans l'entrée, All Alone en Please Let Me Sleep krijgen van mij een 7. De overige tien nummers beoordeel ik met een 8. Dat is een mooie verdeling voor een album dat zijn kracht vooral haalt uit sfeer, melodie en een herkenbare muzikale aanpak.
Ik vind het prettig dat Antipole niet probeert om van ieder nummer een hoogtepunt te maken. De muziek blijft dicht bij de basis en vertrouwt op de kracht van de gitaar, de bas en het ritme. Daardoor is het album niet altijd even verrassend, maar wel aangenaam om in zijn geheel te beluisteren. Ik kan het opzetten terwijl ik iets anders doe, maar ik kan er ook rustig voor gaan zitten en letten op de kleine verschillen tussen de nummers.
Northern Flux is voor mij dan ook een geslaagd debuut van een muzikant die goed weet welke richting hij op wil. De invloeden uit de jaren tachtig zijn duidelijk hoorbaar, maar ze staan een prettige luisterervaring niet in de weg. Integendeel, ze geven de plaat een herkenbare basis waarop Karl Morten Dahl zijn eigen ideeën uitwerkt.
Ik hoef na afloop niet met een compleet nieuwe kijk op muziek achter te blijven. Soms is het voldoende wanneer een album me een uur lang prettig gezelschap houdt. Northern Flux doet dat voor mij. De plaat heeft iets vertrouwds, zonder dat ik het gevoel krijg dat ik alles al eerder heb gehoord. En als ik na afloop besluit om nog eens bij Shadow Lover, Magnolia Skies of Narcissus terug te keren, dan weet ik dat Antipole zijn werk goed heeft gedaan.
Kortom, ik hoor op Northern Flux vooral een muzikant die met beperkte middelen veel sfeer weet te maken. Het is een album voor liefhebbers van melodieuze postpunk en donkere wave, maar ook voor iedereen die graag muziek opzet waarin niet alles meteen wordt prijsgegeven. Ik reken deze plaat tot de prettige ontdekkingen die ik zonder veel omhaal opnieuw kan draaien. En dat is uiteindelijk een compliment waar een album heel wat aan heeft.