Archive - Controlling Crowds (Part I-III) (30-03-2009)
Naar aanleiding van het nieuwe album Glass Minds ben ik wat meer albums van Archive gaan beluisteren. En wat blijkt? Archive is een band die zich niet gemakkelijk laat omschrijven. De Britse groep beweegt al sinds de jaren negentig tussen triphop, progressieve rock, elektronische muziek en alternatieve rock. Toch voelt hun muziek zelden als een optelsom van stijlen. Het klinkt eerder alsof de band steeds opnieuw een eigen wereld probeert te bouwen. Dat is misschien wel het duidelijkst te horen op Controlling Crowds (Parts I–III) uit 2009. Het album duurt ruim anderhalf uur, maar voelt niet als een verzameling losse nummers.
Wat opvalt, is dat Archive in deze periode volop vertrouwen had in zijn eigen koers. De groep hoefde geen radiohits meer te maken en trok zich weinig aan van muzikale trends. Daardoor ontstond een album dat groot durft te denken. Niet iedere band zou het aandurven om zoveel muziek uit te brengen zonder zich zorgen te maken over de lengte of de commerciële kansen. Archive deed het gewoon, omdat de muziek daarom vroeg.
Wanneer de eerste klanken klinken, krijg ik meteen het gevoel dat ik een film binnenstap. Niet een actiefilm vol explosies, maar een psychologische thriller waarin langzaam duidelijk wordt wat er onder de oppervlakte speelt. De sfeer is donker, maar nooit zwaarmoedig. Er zit altijd beweging in de muziek. Synthesizers zweven langs gitaren, rustige pianopartijen worden afgewisseld met krachtige ritmes en de verschillende zangers geven elk nummer een eigen gezicht.
De titel Controlling Crowds roept allerlei beelden op. Ik denk aan een wereld waarin mensen voortdurend worden beïnvloed door media, politiek en reclame. Archive schrijft daar geen eenvoudige protestliedjes over. De teksten laten ruimte voor eigen interpretatie. Dat maakt het album juist interessant. Iedereen kan er iets anders in horen. Voor mij gaat het vooral over de vraag hoeveel vrijheid een mens werkelijk heeft en hoeveel keuzes ongemerkt door anderen worden gestuurd.
Het titelnummer is zonder twijfel een van de hoogtepunten. Vanaf de eerste seconden bouwt de muziek spanning op. De beat is strak, de zang klinkt beheerst en toch voel ik dat er onder de oppervlakte iets dreigt. Langzaam groeit het nummer uit tot een indrukwekkend geheel waarin elektronica en rock elkaar perfect aanvullen. Archive neemt ruim de tijd om de sfeer op te bouwen. Dat geduld maakt de uiteindelijke ontlading alleen maar sterker.
Wat ik tijdens het luisteren steeds opnieuw merk, is hoe goed de band met dynamiek omgaat. Sommige nummers zijn klein en bijna breekbaar. Daarna volgt ineens een explosie van gitaren of een krachtige ritmesectie. Toch voelt het nergens geforceerd. Alles lijkt precies op de juiste plaats te vallen. Dat is een kwaliteit die niet veel bands bezitten. Je hoort dat de composities zorgvuldig zijn opgebouwd.
De verschillende stemmen binnen Archive spelen daarbij een grote rol. Dave Penney brengt warmte en emotie, terwijl Pollard Berrier juist een scherpere, directere benadering heeft. Rosko John voegt weer een heel andere kleur toe. Daardoor blijft het album verrassend. Iedere stem vertelt hetzelfde verhaal vanuit een iets ander perspectief. Dat voorkomt dat de lange speelduur vermoeiend wordt.
Een nummer als Bullets laat horen hoe goed Archive spanning kan combineren met melodie. De muziek is intens, maar er blijft altijd ruimte voor gevoel. Bij Words on Signs overheerst juist een meer dromerige sfeer, alsof de tijd even vertraagt. Daarna kan de band zonder moeite overschakelen naar stevigere stukken waarin gitaren en elektronische ritmes samen voor een indrukwekkende muur van geluid zorgen.
Ik stel me voor hoe dit album is ontstaan. Misschien zaten de bandleden maandenlang in een studio waarin ideeën voortdurend werden uitgebreid en aangepast. Een simpel pianomotief groeide uit tot een compleet nummer. Een elektronische beat kreeg later gitaren en orkestrale klanken erbij. Het lijkt alsof niemand tijdens de opnames haast had. Alles mocht rijpen totdat het precies goed voelde. Die zorgvuldigheid hoor ik terug in bijna ieder nummer.
Ondanks de lengte blijft Controlling Crowds (Parts I–III) opmerkelijk toegankelijk. Natuurlijk vraagt het album aandacht. Dit is geen muziek die je vluchtig op de achtergrond draait terwijl je andere dingen doet. Maar wie bereid is om echt te luisteren, ontdekt steeds nieuwe details. Een subtiele baslijn, een onverwachte gitaarmelodie of een klein elektronisch geluidje dat pas na meerdere luisterbeurten opvalt.
Wat mij aanspreekt, is dat Archive emoties niet overdreven brengt. Verdriet klinkt verdrietig zonder sentimenteel te worden. Boosheid wordt niet geschreeuwd maar zorgvuldig opgebouwd. Hoop verschijnt vaak pas aan het einde van een nummer, alsof er langzaam licht door donkere wolken breekt. Die nuance maakt de muziek geloofwaardig.
Ook de productie verdient waardering. Alles klinkt helder zonder steriel te worden. Elektronische klanken en traditionele instrumenten lopen naadloos in elkaar over. De drums hebben kracht, de bassen zijn diep en de zang blijft altijd goed verstaanbaar. Dat zorgt ervoor dat het album ook met een goede hoofdtelefoon indrukwekkend blijft. Er gebeurt voortdurend iets in het geluidsbeeld zonder dat het druk wordt.
Controlling Crowds (Parts I–III) is veel meer dan een verzameling sterke nummers. Het is een muzikale ervaring die tijd vraagt, maar die die tijd ook rijkelijk beloont. Iedere nieuwe luisterbeurt voelt als een wandeling door een bekend landschap waarin ik toch telkens weer een nieuw pad ontdek.
WAARDERING: 7,9