The National

The National is een Amerikaanse indierockband die in 1999 werd opgericht. De band komt oorspronkelijk uit Cincinnati, maar ontstond pas echt nadat de leden naar Brooklyn in New York waren verhuisd. Sinds het begin bestaat de groep uit zanger Matt Berninger, de broers Aaron en Bryce Dessner en de broers Scott en Bryan Devendorf. Die vaste bezetting is al jarenlang een van de grote krachten van de band. De muzikanten kennen elkaar goed en dat hoor ik terug in de hechte samenwerking en de herkenbare stijl die ze door de jaren heen hebben ontwikkeld.

De muziek van The National is moeilijk in één genre te plaatsen. De basis is indierock, maar ik hoor ook invloeden van postpunk, alternatieve rock, folk en artrock. De diepe baritonstem van Matt Berninger geeft de muziek direct een eigen karakter. Zijn rustige manier van zingen past goed bij de vaak melancholische sfeer van de nummers. De teksten gaan regelmatig over relaties, ouder worden, onzekerheid, eenzaamheid en de zoektocht naar geluk. Ondanks die serieuze onderwerpen weet de band ook warmte en hoop in de muziek te verwerken.

In de eerste jaren speelden de bandleden nog naast hun gewone baan. Ze traden vaak op in kleine clubs in New York en bouwden langzaam een trouwe groep fans op. Hun debuutalbum The National verscheen in 2001 op het eigen label Brassland. Hoewel dit album positief werd ontvangen, bleef het succes nog beperkt. Ook het tweede album Sad Songs for Dirty Lovers uit 2003 liet horen dat de band steeds beter werd. De samenwerking met producer Peter Katis bleek belangrijk voor de verdere ontwikkeling van hun geluid.

De echte doorbraak kwam in 2005 met Alligator. Dit album werd door veel muziekjournalisten geprezen vanwege de sterke combinatie van emotionele teksten, krachtige ritmes en sfeervolle melodieën. Twee jaar later verscheen Boxer, een album dat tegenwoordig wordt gezien als een klassieker binnen de indierock. Nummers als Fake Empire en Mistaken for Strangers maakten de band bekend bij een veel groter publiek. De muziek werd rijker aangekleed met piano, blazers en subtiele strijkers, zonder de intieme sfeer te verliezen.

Met High Violet uit 2010 groeide The National uit tot een internationale topnaam binnen de alternatieve rock. Het album behaalde hoge noteringen in verschillende hitlijsten en liet horen dat de groep ook grotere zalen kon vullen zonder haar eigen stijl op te geven. Daarna volgde Trouble Will Find Me uit 2013, dat een Grammy-nominatie kreeg voor Beste Alternative Album. De band wist persoonlijke teksten te combineren met steeds verfijndere arrangementen.

In 2017 verscheen Sleep Well Beast. Op dit album experimenteerde The National meer met elektronische geluiden en ritmes. Dat leverde de groep uiteindelijk een Grammy Award op voor Beste Alternative Music Album. Daarna volgde I Am Easy to Find uit 2019, waarop verschillende gastzangeressen een belangrijke rol kregen. Hierdoor ontstond een afwisselend en filmisch album dat weer een andere kant van de band liet horen.

Na de coronaperiode keerde The National terug met maar liefst twee studioalbums in 2023: First Two Pages of Frankenstein en Laugh Track. Op deze albums werkte de groep samen met artiesten als Taylor Swift, Phoebe Bridgers en Sufjan Stevens. De samenwerking voelde volgens veel recensenten heel natuurlijk aan en liet zien dat The National openstaat voor nieuwe ideeën zonder de eigen identiteit te verliezen.

Naast het werk met de band hebben de leden ook succesvolle nevenprojecten. Vooral gitarist Aaron Dessner is uitgegroeid tot een veelgevraagde producer en songwriter. Hij werkte onder meer samen met Taylor Swift aan de albums folklore en evermore. Ook Bryce Dessner heeft naam gemaakt als componist van moderne klassieke muziek en schreef muziek voor films en orkesten. Hierdoor heeft The National niet alleen invloed gehad binnen de indierock, maar ook daarbuiten.

Live staat The National bekend om intense en emotionele optredens. Matt Berninger zoekt vaak contact met het publiek en loopt regelmatig de zaal in tijdens concerten. De overige bandleden zorgen voor een krachtige, maar gecontroleerde begeleiding, waardoor de nummers live vaak nog meer impact krijgen. De groep speelde op grote festivals als Glastonbury, Primavera Sound, Coachella en Lowlands en heeft wereldwijd een trouwe aanhang opgebouwd.

Wat ik bijzonder vind aan The National is dat de band nooit achter hypes lijkt aan te lopen. In plaats daarvan kiezen de muzikanten steeds voor eerlijke, doordachte muziek die langzaam groeit bij elke luisterbeurt. Hun albums bevatten veel details die pas na meerdere keren luisteren opvallen. Daardoor heeft de groep in ruim vijfentwintig jaar een indrukwekkend oeuvre opgebouwd dat door zowel critici als liefhebbers van alternatieve rock hoog wordt gewaardeerd. Tot op de dag van vandaag behoort The National tot de meest invloedrijke en gerespecteerde bands binnen de moderne indierock.

Albums: