Kayak - Kayak (18-05-1974)
Wie in de jaren zeventig in Nederland een beetje nieuwsgierig was naar muziek, kon bijna niet om Kayak heen. Tussen de grote namen uit Engeland en Amerika voer er ineens een Nederlands schip mee op dezelfde muzikale zee. Geen vissersbootje, geen roeiboot, maar een heuse Kayak. Hun tweede album uit 1974 kreeg eenvoudigweg de naam Kayak. Dat klinkt misschien niet erg avontuurlijk, maar de muziek vertelde een ander verhaal. Het album verscheen een jaar na het debuut See See The Sun en liet horen dat de jonge band meer was dan een veelbelovende nieuwkomer.
Wat mij altijd opvalt aan dit album, is hoe zelfverzekerd het klinkt. De bandleden waren nog jong, maar speelden alsof ze al jaren samen onderweg waren. Toetsenist Ton Scherpenzeel en drummer Pim Koopman vormden het creatieve hart van de groep, terwijl zanger Max Werner met zijn herkenbare stem voor een eigen gezicht zorgde. In een tijd waarin progressieve rock vaak draaide om lange solo’s en ingewikkelde muzikale puzzels, koos Kayak regelmatig voor melodieën die meteen bleven hangen. Dat maakte de groep toegankelijker dan sommige van hun beroemde Britse collega's.
De opening met Alibi voelt als het openen van een boek waarvan je weet dat er iets interessants gaat gebeuren. Het nummer heeft pit, mooie gitaarpartijen en een sfeer die zowel dromerig als energiek is. Daarna volgt Wintertime, waarschijnlijk het bekendste nummer van het album. Het werd een bescheiden hit en het is niet moeilijk te begrijpen waarom. Het lied heeft een warme melodie die zelfs op een regenachtige dag een beetje zon binnenlaat. Het is zo'n nummer dat je na één keer luisteren ongemerkt begint mee te neuriën.
Veel mensen kennen Kayak vooral van latere successen zoals Ruthless Queen of Starlight Dancer. Daardoor wordt dit album soms een beetje over het hoofd gezien. Dat is jammer, want hier hoor je een band die nog volop aan het ontdekken is wat er allemaal mogelijk is. Er zit een jeugdige onbevangenheid in de muziek. Alsof niemand hen nog heeft verteld wat wel en niet mag.
Neem bijvoorbeeld Mountain Too Rough. Alleen de titel al roept beelden op van een groep muzikale bergbeklimmers die zonder routekaart omhoog trekt. Het nummer heeft iets avontuurlijks en laat horen hoe goed de muzikanten naar elkaar luisteren. Niemand probeert de ander te overstemmen. Alles valt op zijn plaats.
Het echte middelpunt van de plaat is voor mij They Get To Know Me. Met ruim negen minuten is het veruit het langste nummer. Dat klinkt misschien als huiswerk voor mensen die niet van progrock houden, maar het stuk blijft verrassend toegankelijk. Het beweegt rustig van het ene idee naar het andere zonder de luisteraar kwijt te raken. In veel progressieve rock uit die tijd hoor je muzikanten soms vooral hun technische vaardigheden tonen. Hier lijkt het verhaal belangrijker dan het kunstje.
Dat geldt eigenlijk voor het hele album. De toetsen zijn nadrukkelijk aanwezig, maar nooit overdreven. De gitaar van Johan Slager krijgt ruimte zonder alles naar zich toe te trekken. En de ritmesectie zorgt ervoor dat de muziek blijft ademen. Het is een evenwicht dat veel bands nastreven, maar lang niet altijd bereiken.
Aan de andere kant is Kayak geen perfect album. Sommige stukken voelen vandaag de dag wat typisch jaren zeventig aan. Af en toe hoor je een idee dat net iets langer doorgaat dan nodig is. Maar vreemd genoeg draagt dat ook bij aan de charme. Het album klinkt niet als een product dat door marketeers is gladgestreken. Het klinkt als het werk van een groep jonge muzikanten die enthousiast alles uitprobeerden wat in hen opkwam.
De korte instrumentale compositie Mireille is daar een mooi voorbeeld van. Het nummer lijkt even een rustpunt in te bouwen voordat de reis verdergaat. Vervolgens brengt Trust In The Machine de luisteraar weer naar een meer futuristische wereld. Dat soort contrasten maakt de plaat levendig. Je weet nooit precies wat er achter de volgende muzikale bocht wacht.
Interessant is ook dat veel liefhebbers van progressieve rock het vroege werk van Kayak nog steeds bijzonder hoog waarderen. In discussies over Nederlandse prog wordt de band regelmatig genoemd naast namen als Focus en Supersister. Vooral de eerste albums worden vaak gezien als een creatieve piekperiode waarin melodie en avontuur elkaar perfect vonden.
Als ik dit album beluister, krijg ik soms het gevoel dat ik naar een momentopname luister van een tijd waarin alles nog mogelijk leek. Niet alleen voor Kayak, maar ook voor de Nederlandse rockmuziek. De band had al enkele kleine successen geboekt, maar de grote doorbraak lag nog voor hen. Dat hoor je terug. Er zit ambitie in de muziek, maar ook nieuwsgierigheid. Het is het geluid van een groep die vooruitkijkt naar de horizon zonder precies te weten wat daar te vinden is.
Meer dan vijftig jaar later klinkt Kayak misschien niet revolutionair meer. Daarvoor is de muziekgeschiedenis simpelweg te ver doorgedraaid. Maar het album heeft iets wat veel moderne platen missen: karakter. Het is warm, melodieus, soms een beetje eigenwijs en bovenal oprecht.
Daarom blijft deze plaat een plezierige reis. Geen wilde storm op zee, geen spectaculaire schipbreuk, maar een mooie tocht langs verrassende muzikale kusten. En soms is dat precies wat een goed album moet zijn.
WAARDERING: 8,2