Hibou
Wie voor het eerst naar Hibou luistert, zou kunnen denken dat het een complete band is. De muziek klinkt namelijk rijk, warm en gelaagd. Toch draait het project in de kern om één persoon: Peter Michel uit Seattle. Onder de naam Hibou maakt hij al jaren dromerige indiepop en shoegaze die ergens zweeft tussen melancholie en zomerse lichtheid.
Het verhaal van Hibou begint eigenlijk niet met Hibou zelf. Als tiener speelde Peter Michel drums bij de Amerikaanse dreampopgroep Craft Spells. Hij trok door de Verenigde Staten en Europa en deed waardevolle ervaring op. Maar na die periode besloot hij zijn eigen muzikale pad te volgen. Zo ontstond Hibou in 2013.
Wat het verhaal extra bijzonder maakt, is dat veel van zijn eerste muziek letterlijk thuis ontstond. Zijn debuutalbum nam hij grotendeels op in de slaapkamer en zelfs in de inloopkast van zijn ouderlijk huis. Dat klinkt misschien als een beperkte omgeving, maar juist daar vond hij zijn eigen geluid. Terwijl andere artiesten grote studio's opzochten, bouwde Michel met eenvoudige middelen een wereld vol galmende gitaren, zwevende melodieën en zachte zang.
Wie naar Hibou luistert, hoort vaak invloeden uit de jaren tachtig. Bands als The Cure, New Order en The Smiths worden regelmatig genoemd wanneer mensen zijn muziek proberen te omschrijven. Toch klinkt Hibou nooit als een kopie van die groepen. Michel gebruikt die invloeden vooral als vertrekpunt voor een eigen stijl waarin dreampop, shoegaze en indiepop samenkomen.
Er zit ook een persoonlijke kant achter zijn muziek. Michel heeft openlijk gesproken over angstgevoelens en depersonalisatie, een aandoening waarbij iemand het gevoel kan hebben van zichzelf losgekoppeld te zijn. In plaats van daar rechtstreeks over te schrijven, vertaalt hij die gevoelens vaak naar sfeer, klank en melodie. Daardoor voelen zijn nummers soms alsof ze zich ergens tussen droom en werkelijkheid bevinden.
Na het titelloze debuut uit 2015 volgde Something Familiar in 2018. Dat album klonk wat voller en volwassener. Waar het debuut vaak een zomers en licht karakter had, liet dit album meer schaduw zien. De liedjes werden persoonlijker en soms zelfs wat donkerder. Toch bleef de herkenbare Hibou-sfeer aanwezig: heldere gitaren, melodieuze baslijnen en een gevoel van nostalgie.
Een jaar later verscheen Halve, een album dat opnieuw een stap vooruit betekende. Thema's als verandering, melancholie en groei kregen een grotere rol. Het was alsof Michel langzaam zijn muzikale wereld verder uitbouwde zonder de charme van zijn vroege werk te verliezen.
Opvallend is dat Hibou tegenwoordig niet meer uitsluitend verbonden is met Seattle. Michel verhuisde later naar Europa en woont inmiddels in Frankrijk. Toch hoor je in zijn muziek nog altijd iets van die oorspronkelijke slaapkamerprojecten terug. Zelfs wanneer hij opneemt in verschillende landen blijft zijn geluid herkenbaar. Voor zijn recente album It Seems To Me werkte hij op uiteenlopende locaties verspreid over de wereld, maar het eindresultaat klinkt nog steeds als Hibou.
Wat Hibou zo aantrekkelijk maakt, is misschien wel dat de muziek nooit schreeuwt om aandacht. De liedjes dringen zich niet op. Ze komen langzaam dichterbij. Eerst hoor je een mooi gitaarlijntje, daarna een melodie die blijft hangen en vervolgens ontdek je telkens nieuwe details. Het is muziek voor een wandeling op een rustige herfstdag, voor een lange autorit of gewoon voor een avond waarop de wereld even wat minder haast heeft.
Misschien is dat wel de grootste kracht van Peter Michel. Hij maakt muziek die klein lijkt, maar groot aanvoelt. Zonder veel bombarie heeft hij door de jaren heen een eigen plek veroverd binnen de moderne dreampop. En hoewel Hibou nooit de grootste naam van het genre is geworden, voelt het soms juist alsof dat perfect past bij de muziek: bescheiden, oprecht en altijd een beetje dromerig.