Big Brave
Big|Brave is een trio uit Montréal en maakt muziek waarbij je niet meteen hoeft te weten wat je ervan moet vinden. Soms is het zelfs verstandig om eerst even te controleren of de luidsprekers nog wel goed werken.
Big|Brave is een band voor mensen die niet bang zijn voor stilte, herrie en lange stukken waarin ogenschijnlijk weinig gebeurt. De groep beweegt zich in de wereld van de experimentele rock, drone, noise en doom. Dat klinkt misschien als een uitnodiging om de ramen dicht te doen en de buren alvast excuses aan te bieden. Toch zit er achter die zware aanpak veel meer dan alleen volume.
Big|Brave ontstond in 2012 in Montréal, een Canadese stad met een levendige alternatieve muziekscene. De band werd opgericht door gitariste en zangeres Robin Wattie, gitarist Mathieu Ball en drummer Louis-Alexandre Beauregard. In de loop der jaren veranderde de bezetting, maar de muzikale koers bleef opvallend eigenzinnig.
Al vroeg koos de groep voor een geluid dat niet netjes binnen de lijntjes van de rockmuziek past. De gitaren klinken geregeld alsof ze niet zozeer bespeeld worden, maar langzaam uit elkaar worden getrokken. De drums hoeven niet voortdurend een stevig ritme aan te geven. En de zang van Wattie is vaak eerder een directe uiting van gevoel dan een poging om een mooi melodietje af te leveren.
Dat laatste vind ik een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht. In veel rockbands staat de zanger vooraan, met de instrumenten als begeleiding. Bij Big|Brave lijkt de stem soms juist een onderdeel van de totale geluidsmuur. Wattie kan zingen, fluisteren, roepen en schreeuwen, zonder dat het geforceerd hoeft te klinken. Het gaat niet om een zangwedstrijd, maar om de kracht van de uitvoering.
Wie de band voor het eerst hoort, kan zich afvragen of er ergens een gewone rockband verstopt zit. Het antwoord is: soms wel, maar je moet haar de tijd geven om tevoorschijn te komen.
Wat mij bij Big|Brave vooral opvalt, is de manier waarop de band met tijd omgaat. Een nummer hoeft niet binnen een halve minuut duidelijk te maken waar het naartoe gaat. Soms wordt één gitaarklank minutenlang herhaald, terwijl er langzaam andere geluiden bijkomen. Het volume neemt toe, de spanning groeit en voor je het weet zit je aandachtig te luisteren naar iets wat aanvankelijk bijna monotoon leek.
Dat vraagt natuurlijk wel iets van de luisteraar. Wie tijdens het afwassen even een album opzet, kan bij Big|Brave zomaar vergeten dat de kraan nog loopt. Niet omdat de muziek zo gezellig is, maar omdat je probeert te ontdekken wanneer die ene toon eindelijk verandert. En als dat gebeurt, kan een kleine verschuiving plotseling een groot effect hebben.
De band begrijpt dat hard niet altijd harder hoeft te betekenen. Juist het contrast tussen zachte passages en een overweldigende geluidsmuur maakt de muziek interessant. De stilte is daarbij geen lege ruimte, maar een wezenlijk onderdeel van het geheel.
Het bijzondere is dat Big|Brave niet begon als een band die erop uit was om de versterkers tot het uiterste te drijven. Wattie en Ball maakten aanvankelijk sobere, akoestische folkmuziek. Pas toen Watties akoestische gitaar kapotging en ze een elektrische gitaar leende, kwamen grotere versterkers in beeld. Wat eerst een praktische oplossing was, bleek uiteindelijk een nieuwe muzikale richting te bieden.
Ik vind dat een mooi verhaal. Soms ontstaat iets nieuws doordat een plan mislukt. Je kunt natuurlijk een vervangende gitaar kopen en verdergaan alsof er niets gebeurd is. Je kunt ook ontdekken dat die toevallige vervanging een wereld opent waarvan je het bestaan niet kende. Big|Brave koos voor het laatste.
Op albums als Au De La uit 2015, Ardor uit 2017 en A Gaze Among Them uit 2019 ontwikkelde de band dat geluid verder. Met Vital uit 2021 werd de aanpak opnieuw aangescherpt. Het album laat horen hoe zwaar en direct de muziek kan zijn, terwijl de composities toch zorgvuldig zijn opgebouwd.
Een heel andere kant laat de groep horen op Leaving None but Small Birds, de samenwerking met The Body uit 2021. Daar keren folkklanken nadrukkelijker terug. Het is een aardige herinnering aan de oorsprong van Big|Brave: onder al die vervorming en herrie zit nog altijd een gevoel voor eenvoudige melodieën en oude muzikale tradities.
Ook buiten de gebruikelijke gitaren zoekt Big|Brave naar nieuwe mogelijkheden. Voor het album OST uit 2025 gebruikten de muzikanten onder meer een zelfgebouwd snaarinstrument dat ontstond uit een oud pianoframe. Dat frame stond in de gang van de tattoostudio waar Wattie werkte en dreigde te worden weggegooid. Ball zag mogelijkheden in de snaren die er nog in zaten. Het resultaat werd een belangrijk onderdeel van het album.
Ik moet daar wel om glimlachen. Terwijl anderen zo'n afgedankte piano waarschijnlijk bij het grofvuil zetten, hoort een muzikant kennelijk nog muziek in het overgebleven materiaal. Bij Big|Brave lijkt zelfs een kapotte of vergeten muziekinstrument niet kansloos.
In 2024 verscheen A Chaos of Flowers, gevolgd door OST in 2025 en In Grief or in Hope in 2026. Daarmee laat de band zien dat experimenteerdrift niet hetzelfde hoeft te zijn als telkens hetzelfde kunstje herhalen. De muziek blijft veranderen, soms door de instrumenten aan te passen en soms door juist minder te gebruiken.
Big|Brave zal niet iedereen aanspreken. Wie vooral houdt van pakkende refreinen, korte gitaarsolo's en nummers die na één luisterbeurt blijven hangen, zal misschien even moeten wennen. Maar wie bereid is om de muziek rustig op zich in te laten werken, ontdekt een band die met relatief weinig middelen een enorme indruk kan maken.
Ik zou Big|Brave dan ook niet zomaar omschrijven als een harde rockband. Daarvoor is de muziek te veelzijdig en zijn de verschillen tussen de albums te groot. Het is eerder een groep die onderzoekt wat je met geluid kunt doen wanneer je de gebruikelijke regels loslaat.
En het mooie is dat daar geen ingewikkelde handleiding voor nodig is. Je hoeft niet precies te weten hoe drone, doom of experimentele rock in elkaar zitten. Je hoeft alleen maar te luisteren en jezelf de tijd te gunnen.
Big|Brave bewijst dat muziek niet altijd vriendelijk hoeft te klinken om iets los te maken. Soms mag ze schuren, dreunen en ongemakkelijk zijn. Soms moet je even doorzetten voordat je begrijpt waarom een nummer werkt. En soms ontdek je pas na afloop dat je ongemerkt helemaal bent opgegaan in die eindeloze gitaarmuur.
Dat vind ik misschien wel de grootste verdienste van deze Canadese band. Big|Brave probeert niet iedereen tevreden te stellen en doet weinig moeite om het de luisteraar gemakkelijk te maken. De groep volgt haar eigen weg, met geduld, lef en een gezonde nieuwsgierigheid. Wie daarin meegaat, krijgt er een bijzondere luisterervaring voor terug. En wie na afloop behoefte heeft aan een rustig akoestisch liedje? Daar is natuurlijk ook niets mis mee.