Junius

Eens in de zoveel tijd kom je een band tegen waarvan je je afvraagt hoe die zo lang onder je radar heeft kunnen blijven. Dat gevoel had ik bij Junius. Tot het verschijnen van het album Sotera zei de naam mij eigenlijk niets. Geen belletje, geen vaag geheugen aan een festivalposter, helemaal niets. En toch blijkt Junius al meer dan twintig jaar actief te zijn en een trouwe groep liefhebbers te hebben opgebouwd. Dus maar eens het internet geraadpleegd over deze band.

De band komt uit Boston, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Sinds het begin van deze eeuw maakt Junius muziek die moeilijk in één hokje past. Er zitten elementen van post-rock, shoegaze, alternatieve rock en post-metal in hun geluid. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar in de praktijk betekent het vooral dat de muziek veel sfeer heeft. Soms stevig, soms dromerig, vaak een combinatie van beide.

Toen ik Sotera voor het eerst hoorde, viel vooral de sfeer op. Het is muziek die niet meteen alles weggeeft. Sommige albums proberen je vanaf de eerste seconde te overdonderen. Junius kiest een andere aanpak. De nummers ontvouwen zich langzaam. Ze vragen aandacht en geduld. Dat klinkt misschien als hard werken, maar zo voelt het niet. Het is meer alsof je een onbekende stad bezoekt en stukje bij beetje ontdekt wat er allemaal achter de gevels schuilgaat.

Dat blijkt eigenlijk goed te passen bij de geschiedenis van de band. Junius heeft nooit grote hits gehad en stond zelden volop in de schijnwerpers. Toch bouwde de groep door de jaren heen een sterke reputatie op. Liefhebbers van atmosferische rock en metal spreken vaak met veel respect over albums als The Martyrdom of a Catastrophist, Reports from the Threshold of Death en Eternal Rituals for the Accretion of Light. Alleen al die titels maken duidelijk dat Junius niet bepaald geïnteresseerd is in eenvoudige liefdesliedjes of luchtige popmuziek.

Wat me achteraf opvalt, is hoe eigen het geluid van de band klinkt. Natuurlijk zijn er invloeden hoorbaar van andere groepen, maar Junius heeft een herkenbare identiteit ontwikkeld. De gitaren kunnen groot en meeslepend klinken, terwijl de zang van Joseph Martinez juist vaak beheerst en bijna zwevend blijft. Daardoor ontstaat een bijzonder contrast. De muziek heeft kracht, maar voelt zelden agressief.

De naam van de band draagt trouwens ook een beetje bij aan het mysterieuze karakter. Junius verwijst naar een anonieme politieke schrijver uit de achttiende eeuw. Tot op de dag van vandaag weten historici niet zeker wie er achter dat pseudoniem zat. Dat raadselachtige past verrassend goed bij de muziek. Ook daarin blijven veel dingen bewust open voor interpretatie.

Wat ik prettig vind aan Junius, is dat de band niet probeert indruk te maken met technische kunstjes. De kracht zit vooral in de sfeer. Sommige nummers voelen alsof je door een verlaten landschap loopt terwijl de lucht langzaam donkerder wordt. Andere momenten klinken juist hoopvol en bijna verheffend. Die afwisseling houdt de muziek levendig.

Sinds mijn kennismaking via Sotera ben ik ook nieuwsgierig geworden naar het oudere werk. Dat is misschien wel het grootste compliment dat je een nieuwe ontdekking kunt geven. Voor iemand die Junius pas heeft leren kennen via Sotera voelt de band een beetje als een verborgen boek in een overvolle bibliotheek. Je vraagt je af waarom niemand het eerder uit de kast heeft gehaald, maar tegelijkertijd is het juist leuk om zo'n ontdekking nog te kunnen doen. Soms is het helemaal niet erg om ergens laat bij te zijn. Zeker niet als er vervolgens een hele muzikale wereld op je wacht.

Albums: