Ride
De muziek van Ride herkende ik vroeger al na een paar seconden. Een paar akkoorden, een stem die ergens tussen dromerig en onzeker hangt, en gitaren die met elkaar in de clinch lijken te liggen. Bij Ride was dat het recept. De Britse band uit Oxford wist eind jaren tachtig en begin jaren 90 een eigen geluid te maken, ergens tussen melodieuze pop, stevige rock en een muur van gitaargeluid. Het resultaat was muziek die tegelijk mooi, onrustig en soms behoorlijk luid kon zijn.
Ride ontstond in 1988, toen Mark Gardener, Andy Bell, Steve Queralt en Laurence Colbert samen muziek gingen maken. Ze waren jong en hadden duidelijk weinig zin om zich aan de gebruikelijke regels van de popmuziek te houden. Toch waren ze niet uit op herrie alleen. Achter de vervormde gitaren zaten sterke melodieën en liedjes die je na een paar luisterbeurten zomaar kon meeneuriën. Dat onderscheidde Ride van bands die vooral indruk wilden maken met volume en lawaai.
Schoengazers met een eigen gezicht
In die tijd ontstond in Groot-Brittannië een stroming die later bekend werd als shoegaze. De naam verwijst naar muzikanten die tijdens het spelen vaak naar hun schoenen leken te kijken, omdat ze druk bezig waren met hun effectpedalen. Een wat flauwe naam voor muziek die bepaald niet saai was.
Ride kreeg al snel een plaats tussen groepen als My Bloody Valentine en Slowdive. Toch had de band een eigen karakter. Waar sommige shoegazegroepen hun nummers bijna lieten verdwijnen in een dikke laag geluid, hield Ride de melodie goed in het oog. De gitaren konden flink tekeergaan, maar er zat meestal een duidelijk liedje onder.
Ik vind dat een prettige combinatie. Je kunt je laten meeslepen door het geluid, maar je hoeft niet drie keer de hoes te bekijken om te ontdekken welk nummer er eigenlijk speelt. Ride begreep dat een goede melodie en een flinke dosis gitaargeweld elkaar helemaal niet in de weg hoeven te zitten.
De band bracht in 1990 drie ep's uit en maakte in datzelfde jaar indruk met het debuutalbum Nowhere. De leden waren nog erg jong, maar het album klonk niet als een groep die voorzichtig haar eerste stappen zette. Het had al een herkenbare stijl en een flinke dosis zelfvertrouwen. Vooral het afsluitende 'Vapour Trail', met zijn opvallende gitaarpartijen en melancholieke sfeer, groeide uit tot een van de bekendste nummers van de groep.
Van Nowhere naar Going Blank Again
In 1992 verscheen Going Blank Again, het tweede album. Ride liet daarop horen dat de band niet van plan was om steeds hetzelfde kunstje te herhalen. De gitaren bleven belangrijk, maar de nummers kregen meer ruimte en de melodieën kwamen soms wat nadrukkelijker naar voren.
Het album opent met 'Leave Them All Behind', een lang nummer waarin de gitaren zich langzaam ontwikkelen tot een indrukwekkende geluidsmuur. Het is geen liedje dat haast heeft. Ride neemt de tijd en laat de muziek rustig groeien. Acht minuten zijn voorbij voordat je goed en wel beseft dat je naar een behoorlijk lang openingsnummer hebt zitten luisteren.
Ik heb altijd iets aardigs gevonden aan muzikanten die niet bang zijn om een nummer langer te laten duren dan strikt noodzakelijk lijkt. Natuurlijk kan een liedje van drie minuten ook prachtig zijn, maar soms moet je een gitaarpartij gewoon even laten doorgaan. Ride wist daar wel raad mee.
Tegelijkertijd bevat Going Blank Again genoeg kortere nummers die laten horen dat de band ook een neus had voor pakkende popmuziek. 'Twisterella' is daar een goed voorbeeld van. Het nummer heeft vaart, een aanstekelijke melodie en gitaren die het geheel net wat ruiger maken dan gewone gitaarpop.
Het album bereikte de vijfde plaats in de Britse albumlijst. Ride was daarmee niet langer alleen een belofte uit de alternatieve muziekscene. De band had ook een publiek gevonden dat bereid was om de platen daadwerkelijk te kopen.
De jaren waarin alles veranderde
Succes maakt het leven van een band niet altijd eenvoudiger. Ride kreeg te maken met spanningen tussen de twee gitaristen en songschrijvers Mark Gardener en Andy Bell. Beiden hadden hun eigen ideeën over de richting die de muziek moest inslaan. Dat is op zichzelf niet vreemd. Vier muzikanten kunnen het moeilijk genoeg vinden om het eens te worden over de kleur van een albumhoes, laat staan over de toekomst van hun band.
Op Carnival of Light uit 1994 verschoof de aandacht verder naar meer traditionele rock, met invloeden uit de jaren zestig. De plaat liet horen dat Ride niet vast wilde blijven zitten aan het shoegaze-geluid waarmee de groep bekend was geworden. Niet iedereen was daar even gelukkig mee.
Ondertussen veranderde ook de Britse muziekscene. Britpop kwam op en groepen als Oasis en Blur trokken steeds meer aandacht. Ride had de pech dat de muzikale mode begon te veranderen op het moment dat de band zelf nog volop aan het zoeken was.
In 1996 viel de groep uiteen, rond de verschijning van het vierde album Tarantula. Andy Bell zou later als bassist bij Oasis terechtkomen. Dat is achteraf een opvallende wending. De gitarist van een band die bekendstond om zijn gelaagde, soms bijna zwevende geluid, werd onderdeel van een groep die juist uitblonk in grote refreinen en rechttoe-rechtaanrock. Muzikanten blijken soms verrassend veelzijdig.
Een tweede leven
Na de breuk leek het verhaal van Ride voorbij. Toch bleek de belangstelling voor de oude albums niet verdwenen. De muziek bleef nieuwe luisteraars aantrekken en de eerste platen kregen steeds meer waardering als belangrijke voorbeelden van de Britse alternatieve rock uit het begin van de jaren negentig.
In 2014 kwamen de vier oorspronkelijke leden weer bij elkaar. Dat leidde tot nieuwe concerten en uiteindelijk ook tot nieuwe albums. Met Weather Diaries uit 2017 keerde Ride terug naar de studio. Daarna volgden This Is Not a Safe Place in 2019 en Interplay in 2024.
Vooral die laatste plaat laat horen dat Ride niet simpelweg probeert de klok terug te draaien. De band combineert het vertrouwde gitaarwerk met elektronische klanken en invloeden uit de popmuziek van de jaren tachtig. Dat is een logische ontwikkeling voor muzikanten die inmiddels tientallen jaren ervaring hebben. Je kunt moeilijk verwachten dat ze nog precies klinken als vier jonge gasten uit Oxford in 1990.
Waarom Ride blijft boeien
Wat mij bij Ride vooral aanspreekt, is de combinatie van kracht en melodie. De gitaren mogen schuren, dreunen en soms bijna uit de bocht vliegen, maar de muziek verliest zelden haar gevoel voor een goed liedje. Dat maakt de band toegankelijker dan het etiket shoegaze misschien doet vermoeden.
Ook vind ik het prettig dat Ride zich niet volledig laat vastpinnen op één periode. De eerste twee albums blijven voor veel liefhebbers het hoogtepunt, maar de latere platen laten zien dat de band nog steeds nieuwsgierig is. Dat hoeft niet iedere keer een meesterwerk op te leveren. Ik vind het al een verdienste wanneer muzikanten na zoveel jaren nog plezier lijken te hebben in het maken van nieuwe muziek.
Ride is voor mij dan ook meer dan een naam uit een oude muziekencyclopedie. De band vertegenwoordigt een tijd waarin alternatieve gitaarmuziek nieuwe wegen zocht, zonder de melodie uit het oog te verliezen. En wie denkt dat je voor mooie melodieën altijd schone gitaren nodig hebt, moet maar eens naar Nowhere luisteren.
Misschien is dat wel de grootste charme van Ride. De muziek kan behoorlijk hard zijn, maar klinkt zelden onverschillig. Onder al dat gitaargeweld zit gevoel, en dat hoor ik liever dan een band die alleen maar netjes binnen de lijntjes kleurt.