Tess Parks
Toen ik de muziek van Tess Park voor het eerst hoorde, moest ik even wennen. Haar stem klinkt niet glad of gepolijst. Ze zingt alsof ze net wakker is geworden uit een lange droom. Sommige mensen vinden dat prachtig, anderen hebben er moeite mee. Juist dat maakt haar interessant. Ze probeert niet iedereen tevreden te stellen.
Parks werd geboren in Toronto, Canada. Als tiener verhuisde ze naar Londen om fotografie te studeren. Dat plan hield niet lang stand. Muziek trok harder aan haar dan schoolboeken en opdrachten. Uiteindelijk kwam ze weer in Canada terecht, waar ze serieus begon te werken aan haar eigen liedjes. Haar debuutalbum Blood Hot verscheen in 2013 en trok meteen de aandacht van liefhebbers van psychedelische rock en dromerige indiepop.
Haar carrière doet een beetje denken aan een wandeling door mistig weer. Je ziet nooit precies waar ze naartoe gaat, maar toch blijf je nieuwsgierig volgen. Terwijl veel artiesten voortdurend op sociale media aanwezig zijn of de hitlijsten proberen te bestormen, leek Tess Parks vooral bezig met haar eigen wereld.
Een belangrijke rol in haar verhaal speelt Anton Newcombe van de band The Brian Jonestown Massacre. Parks was al fan van zijn werk voordat ze hem ontmoette. Wat begon als een contactmoment groeide uit tot een langdurige samenwerking. Samen maakten ze meerdere albums. Volgens interviews verliep dat vaak opvallend spontaan. Geen eindeloze vergaderingen of maandenlange voorbereidingen. Gewoon muziek maken en kijken waar het uitkwam.
Dat klinkt romantisch, maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet altijd. Samenwerken met een sterke persoonlijkheid als Newcombe heeft voordelen en nadelen. Sommige luisteraars vinden dat zijn invloed soms zo groot is dat Parks wat naar de achtergrond verdwijnt. Anderen denken juist dat hij haar hielp om haar beste werk te maken. Waarschijnlijk ligt de waarheid ergens in het midden.
Wat ik aardig vind aan Tess Parks is dat haar loopbaan niet het klassieke succesverhaal volgt. Er zat bijvoorbeeld bijna negen jaar tussen haar eerste en tweede soloalbum. In een tijd waarin artiesten voortdurend nieuwe muziek moeten uitbrengen om zichtbaar te blijven, is dat een eeuwigheid. Toch leek ze zich daar weinig van aan te trekken. In die periode hield ze zich ook bezig met schilderen en fotografie. Kunst bleef voor haar meer dan alleen muziek.
Dat roept een interessante vraag op. Wat is eigenlijk succes? Is dat een volle prijzenkast? Een nummer één-hit? Of is het de vrijheid om precies te maken wat je zelf wilt maken? Bij Tess Parks krijg ik vaak de indruk dat zij voor die laatste optie heeft gekozen.
Haar muziek is bovendien niet altijd gemakkelijk. Sommige nummers lijken langzaam voort te kruipen. Soms gebeurt er minutenlang bijna niets. Wie op zoek is naar grote refreinen en directe spanning kan daardoor afhaken. Maar juist die traagheid heeft ook iets aantrekkelijks. Haar liedjes voelen vaak als nachtelijke wandelingen door lege straten. Niet spectaculair, maar wel sfeervol.
In interviews komt Parks over als iemand die veel nadenkt over creativiteit. Ze spreekt over woorden alsof ze een soort magie bevatten. Ze gelooft dat kunst emoties kan omzetten in iets tastbaars. Dat klinkt misschien wat zweverig, maar het past perfect bij haar muziek. Haar nummers lijken vaak meer op stemmingen dan op verhalen.
Ondertussen heeft ze een trouwe groep fans opgebouwd. Geen massapubliek, maar mensen die haar platen echt koesteren. Dat soort waardering is misschien minder zichtbaar dan een gouden plaat aan de muur, maar waarschijnlijk duurzamer.
Als ik aan Tess Parks denk, zie ik geen rockster. Ik zie iemand die koppig haar eigen pad blijft volgen. Iemand die liever een vreemde, persoonlijke plaat maakt dan een veilige hit. Dat levert niet altijd perfecte muziek op. Sommige nummers vervagen bijna zodra ze afgelopen zijn. Maar wanneer alles op zijn plaats valt, ontstaat er iets bijzonders: een sfeer die je niet gemakkelijk vergeet.
Misschien is dat uiteindelijk haar grootste kracht. Niet dat ze de luidste artiest in de kamer is, maar juist dat ze nooit probeert de luidste te zijn. Terwijl de muziekwereld vaak draait om aandacht trekken, lijkt Tess Parks vooral geïnteresseerd in iets anders: het vasthouden van een gevoel dat anders zou verdwijnen.
En soms is dat meer dan genoeg.