13th Floor Elevators - The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators (17-10-1966)
Sommige albums zijn een succes vanaf de dag dat ze verschijnen. Andere platen moeten jarenlang wachten voordat mensen beseffen hoe bijzonder ze eigenlijk zijn. The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators, dat in het najaar van 1966 verscheen, hoort duidelijk bij die tweede categorie. Tegenwoordig wordt het album gezien als een van de belangrijkste platen uit de beginperiode van de psychedelische rock. Destijds was het echter vooral een vreemde, ruwe en eigenzinnige plaat die veel luisteraars niet goed konden plaatsen.
De opnames begonnen in Texas, waar de band inmiddels een uitstekende live-reputatie had opgebouwd. In de clubs rond Austin en Houston stonden de 13th Floor Elevators bekend als een groep die iedere avond iets anders deed. Nummers werden langer gemaakt, solo's veranderden spontaan van richting en zanger Roky Erickson leek zich iedere avond opnieuw uit te vinden. Toen de band de studio binnenstapte, wilden de muzikanten precies die losse sfeer vasthouden. Ze hadden geen interesse in een glad geproduceerde plaat. Het album moest klinken alsof de luisteraar midden in een klein, warm zaaltje stond.
Dat bleek nog niet zo eenvoudig. In de jaren zestig waren veel producers gewend om iedere noot netjes recht te trekken. De Elevators wilden juist het tegenovergestelde. Kleine foutjes mochten blijven staan, zolang de energie maar voelbaar bleef. Daardoor klinkt de plaat vandaag de dag nog steeds levendig. Het is geen perfect album, maar juist dat maakt het zo aantrekkelijk.
Een mooi verhaal gaat over Tommy Hall, de man die de beroemde elektrische kruik bespeelde. Tijdens de opnames vroegen technici regelmatig of het vreemde geborrel werkelijk op de plaat moest komen. Hall antwoordde steevast dat het geen achtergrondgeluid was, maar een volwaardig instrument. Hij vond dat het een soort extra stem vormde die door alle nummers heen zweefde. Achteraf bleek hij gelijk te hebben. Zodra de kruik klinkt, weet bijna iedere liefhebber meteen dat hij naar de 13th Floor Elevators luistert.
De plaat opent met You're Gonna Miss Me, een nummer dat meteen alle kenmerken van de band laat horen. Roky Erickson zingt met een enorme overtuiging. Zijn stem klinkt rauw, maar tegelijk ook melodieus. De gitaren jagen het nummer vooruit, terwijl de elektrische kruik voortdurend een vreemd, borrelend accent toevoegt. Het lied werd de enige echte hit van de band en is nog altijd hun bekendste opname.
Volgens mensen die bij de opnames aanwezig waren, had niemand verwacht dat juist dit nummer zoveel aandacht zou krijgen. Voor de band was het slechts één van de vele sterke songs. Dat maakt het succes des te opmerkelijker. De single bereikte zelfs de Amerikaanse hitlijsten en zorgde ervoor dat ook luisteraars buiten Texas nieuwsgierig werden naar het album.
Na de energieke opening laat de plaat meteen horen dat de band veel meer in huis had. Roller Coaster klinkt alsof de titel letterlijk wordt vertaald naar muziek. Het tempo wisselt voortdurend en de zang schommelt tussen beheerst en uitbundig. Het nummer roept het gevoel op van een rit waarbij je nooit precies weet wat de volgende bocht zal brengen.
Daarna volgt Splash 1 (Now I'm Home), misschien wel de grootste verrassing van het album. Waar veel mensen een nieuwe explosie van garagerock verwachten, kiest de band voor een rustige en bijna dromerige sfeer. Het laat zien dat de Elevators niet alleen luid konden spelen, maar ook gevoelige muziek konden maken. Juist die afwisseling geeft de plaat extra diepgang.
Tijdens de opnames gebeurde er regelmatig iets onverwachts. De bandleden hielden ervan om eerst samen een nummer te spelen voordat de opnameknop werd ingedrukt. Soms bleek juist zo'n oefenversie beter te klinken dan de officiële opname. In een aantal gevallen werden juist die spontane uitvoeringen gebruikt. Dat verklaart waarom sommige nummers zo natuurlijk aanvoelen. Ze klinken alsof de muziek op dat moment ontstaat.
Ook Reverberation (Doubt) groeide uit tot een favoriet onder fans. De combinatie van stevige gitaren en de opvallende zang maakt het nummer spannend. Opvallend is dat de band nergens bang lijkt om risico's te nemen. Er wordt gespeeld met ritme, tempo en klank, zonder dat het geheel uit elkaar valt.
Een van de leukste verhalen over het album speelt zich af ná de opnames. Toen de eerste exemplaren bij radiostations terechtkwamen, wisten sommige dj's niet goed wat ze ermee moesten doen. De muziek klonk anders dan de bekende popmuziek van dat moment. Sommige zenders draaiden alleen de hit, terwijl anderen juist nieuwsgierig werden en de hele plaat lieten horen. Daardoor kreeg het album langzaam een kleine maar trouwe groep liefhebbers.
De hoes van het album droeg ook bij aan de bijzondere uitstraling. De groepsfoto straalde zelfvertrouwen uit. De band keek de wereld in alsof ze wist dat ze iets bijzonders had gemaakt. Achteraf bleek dat gevoel terecht. Hoewel de verkoop aanvankelijk tegenviel, groeide de waardering in de jaren daarna gestaag.
Dat had ook te maken met de tijd waarin het album verscheen. In 1966 begon de psychedelische cultuur zich langzaam te ontwikkelen. Grote klassiekers als Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles moesten nog verschijnen. De Elevators liepen dus eigenlijk vooruit op een muziekstroming die pas later wereldwijd bekend zou worden. Veel luisteraars waren daar eenvoudigweg nog niet aan toe.
Het album kent bovendien een opvallende mix van invloeden. Blues, rock-'n-roll, folk en garagerock lopen voortdurend door elkaar. Toch klinkt de plaat nergens als een verzameling losse stijlen. Alles wordt samengehouden door de karakteristieke zang van Roky Erickson en het unieke geluid van Tommy Hall. Daardoor krijgt het album een eigen identiteit die nog altijd herkenbaar is.
Na het verschijnen van de plaat trok de band door de Verenigde Staten om het album te promoten. De concerten waren vaak luid, energiek en onvoorspelbaar. Soms speelde de groep een nummer twee keer zo lang als op de plaat. Op andere avonden veranderde Roky Erickson spontaan een zanglijn of voegde Stacy Sutherland een nieuwe gitaarsolo toe. Fans vonden dat geweldig, want geen enkel optreden was hetzelfde.
Toch werd het album nooit het grote commerciële succes waarop de platenmaatschappij had gehoopt. De muziek was daarvoor misschien simpelweg te eigenzinnig. Pas jaren later begonnen verzamelaars en muziekjournalisten de waarde van de plaat echt te erkennen. Oude exemplaren werden gezocht op platenbeurzen en muziektijdschriften schreven steeds vaker dat de Elevators hun tijd ver vooruit waren geweest.
Vandaag de dag geldt The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators als een klassiek debuut. Niet omdat alles perfect is gespeeld of opgenomen, maar juist omdat de plaat zo eerlijk klinkt. Je hoort vijf muzikanten die nieuwe wegen durven te verkennen zonder zich druk te maken over regels of verwachtingen. De rauwe productie, de felle zang, de avontuurlijke gitaren en het mysterieuze geluid van de elektrische kruik vormen samen een album dat ook na bijna zestig jaar nog fris en verrassend klinkt.
Misschien is dat wel de grootste kracht van deze plaat. Ze probeert niet modern te klinken en volgt geen mode. Ze laat simpelweg horen wat een groep jonge muzikanten voor ogen had. Juist daardoor blijft The Psychedelic Sounds of the 13th Floor Elevators een album dat nieuwsgierig maakt, inspireert en steeds opnieuw uitnodigt om nog een keer te worden beluisterd.
WAARDERING: 6,8