Twice a Man

Twice a Man is zo'n band die nooit echt heeft geprobeerd om de grootste van de wereld te worden. Misschien is dat juist de reden waarom de groep al zo lang bestaat. Terwijl andere bands achter de nieuwste mode aan holden, bleef dit Zweedse trio rustig zijn eigen pad volgen. Dat maakt hun verhaal eigenlijk veel interessanter dan dat van een doorsnee hitmachine.

De geschiedenis van Twice a Man begint begin jaren tachtig in Göteborg. Dan Söderqvist en Karl Gasleben vormen de kern van de band, later aangevuld met Jocke Söderqvist. In die tijd is de nieuwe elektronische muziek sterk in opkomst. Bands als Kraftwerk, Ultravox en Depeche Mode laten horen dat synthesizers veel meer kunnen zijn dan een technisch speeltje. Toch klinkt Twice a Man vanaf het begin anders. Hun muziek is minder gericht op de dansvloer en veel meer op sfeer. Ik krijg vaak het gevoel dat hun nummers bedoeld zijn om langzaam in weg te zakken, alsof je naar een mistig Zweeds landschap kijkt waarin steeds iets nieuws opduikt.

De naam Twice a Man komt uit een roman van de Zweedse schrijver Stig Dagerman. Dat past eigenlijk goed bij de groep. Literatuur, psychologie, natuur en filosofie spelen allemaal een rol in hun muziek. Ze schrijven geen simpele liefdesliedjes. Hun teksten gaan vaak over herinneringen, dromen, angst, verandering en de relatie tussen mens en natuur. Dat klinkt misschien zwaar, maar de muziek voelt zelden somber. Eerder bedachtzaam.

Wat ik bijzonder vind, is dat Twice a Man nooit bang lijkt te zijn geweest om langzaam te groeien. Ze brachten albums uit in een periode waarin elektronische muziek voortdurend veranderde. Eerst was er de new wave, daarna synthpop, vervolgens industrial, techno en later allerlei vormen van ambient. Veel groepen veranderden radicaal van stijl om bij de tijd te blijven. Twice a Man luisterde natuurlijk ook naar wat er om hen heen gebeurde, maar bleef altijd herkenbaar. Hun platen voelen als verschillende hoofdstukken uit hetzelfde boek.

Een leuke anekdote is dat de band al vroeg belangstelling had voor natuurgeluiden. Vogelzang, stromend water en andere omgevingsgeluiden kregen een plaats naast synthesizers en drumcomputers. Tegenwoordig klinkt dat heel normaal, maar begin jaren tachtig was het behoorlijk ongebruikelijk. Daardoor kregen hun albums een organische sfeer die je niet snel bij andere elektronische bands hoorde. Alsof technologie en natuur elkaar niet bestrijden, maar juist aanvullen.

Hun muziek wordt vaak omschreven als ambient, synthpop, artpop of elektronische avant-garde. Eigenlijk schieten al die etiketten een beetje tekort. Op het ene moment hoor ik een bijna klassiek klinkende melodie, even later een ritme dat doet denken aan donkere new wave. Daarna volgt weer een bijna filmische passage zonder zang. Het is muziek die geduld vraagt. Wie alleen op zoek is naar een meezingrefrein zal misschien afhaken. Wie de tijd neemt, ontdekt juist steeds meer details.

Opvallend is ook hoe trouw hun fans zijn. Twice a Man heeft nooit een enorm publiek gehad, maar de mensen die hun muziek eenmaal ontdekken, blijven vaak jarenlang luisteren. Dat zegt misschien wel meer dan een gouden plaat. Sommige bands vullen stadions en verdwijnen daarna uit het collectieve geheugen. Twice a Man bouwde juist langzaam een kleine, maar zeer loyale achterban op.

Door de jaren heen bracht de groep een indrukwekkend aantal albums uit. Platen als Music for Girls, Works on Yellow, Driftwood en The Coloured Breeze Is a New Dimension laten horen hoe breed hun muzikale wereld is. De ene keer staan melodieën centraal, de andere keer draait alles om sfeer. Toch klinkt het nooit alsof de band zichzelf herhaalt. Ze blijven nieuwsgierig zonder hun identiteit kwijt te raken.

Ik moet glimlachen bij de gedachte dat Twice a Man waarschijnlijk nooit wakker heeft gelegen van de hitparades. Terwijl platenmaatschappijen voortdurend op zoek waren naar de volgende grote sensatie, zaten zij vermoedelijk gewoon in de studio te experimenteren met nieuwe klanken. Dat levert misschien minder krantenkoppen op, maar wel muziek die verrassend goed de tand des tijds doorstaat.

Ook de Scandinavische achtergrond hoor je regelmatig terug. Niet letterlijk, want ze verwerken geen traditionele volksmuziek. Toch zit er iets noordelijks in hun composities: ruimte, stilte en een zekere kalmte. Hun muziek lijkt soms meer geïnteresseerd in wat níét wordt gespeeld dan in zoveel mogelijk noten achter elkaar zetten. Die terughoudendheid geeft hun werk een bijzondere charme.

Twice a Man bewijst dat een lange carrière niet afhankelijk is van grote hits. Vasthouden aan een eigen visie kan minstens zo waardevol zijn. De groep heeft zich altijd ontwikkeld zonder zichzelf opnieuw uit te vinden voor de buitenwereld. Daardoor voelen hun albums als een doorlopend gesprek dat inmiddels al meer dan veertig jaar duurt.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste kracht van Twice a Man. Ze vragen geen haastige aandacht en schreeuwen niet om erkenning. Hun muziek nodigt uit om even stil te staan, goed te luisteren en de tijd te vergeten. In een wereld waarin alles steeds sneller moet, voelt dat bijna als een klein wonder. Daarom blijft deze Zweedse formatie een verborgen schat voor liefhebbers van sfeervolle, intelligente elektronische muziek.

Albums: